The road goes ever on and on...

Sessie 3

Stille nacht...

Na de schrik van het gevecht aan de bosrand, en de helende krachten van de god Om staat de party buiten de tempel in Sellingen. Het is een zware dag geweest, dus besluiten ze terug naar de herberg te gaan om bij te praten en bij te komen. Na een overleg in de gelagkamer gaan ze alle drie slapen.

De volgende ochtend gaan ze weer terug naar het bos. Als ze buiten komen ze de priesteres weer tegen. Ze heeft drie kleine flesjes bij zich voor de party. De flesjes kun je slokje voor slokje opdrinken en dan voel je je weer beter als je gewond bent. De avonturiers nemen dankbaar ieder een flesje in ontvangst. De inhoud ruikt een beetje weeïg zoet, een soort rozenbottel lucht. Dan gaan ze door naar het bos. Als ze langs de plaats komen waar ze de vorige dag met de goblins gevochten hebben dan blijken alle goblin lijken spoorloos verdwenen te zijn. Het enige spoor van het gevecht zijn de bloedplekken op het zand. Verderop in het bos worden de bomen dunner en lijkt de openplek met de drakengrafheuvel/vuilnisbelt in het zicht te komen. Als ze stemmen horen dan roept Barthom alvast richting de stemmen om te laten weten dat de avonturiers er aankomen.

Op de openplek aangekomen zien ze drie een beetje viezige mannetjes in armour bij een enorme kuil staan. De mannetjes die kijken alle drie richting de party en komen op hun afelopen. Aan de overkant van de kuil loopt een schim heen en weer. Na een kort gesprek met Barthom over wat de party komt doen, hoe ze Finndric kennen en waarom ze zo nieuwschierig zijn naar wat zijn lot is (en of de persoon die wil weten wat er met Finndric gebeurt is een machtig persoon is), blijken ze toch niet zo vriendelijk als in de eerste instantie gedacht. Gelukkig voor de party hebben ze hun verassingsaanval niet zo goed voorbereid en de getrokken zwaarden blijven in de schede klemmen, of vliegen uit de hand. Na een voortdurend gevecht waarin beide partijen niet te dicht op elkaar durven te komen, maar Barthom zwaar gewond op de grond valt, beginnen de mannetjes zicht terug te trekken richting de schim als ze hun eerste dode hebben geincasseerd. Het gevecht is daarna snel afgelopen. Als Muradin op de schim afrent schiet deze een pijl uit zijn hand die rakelings langs Muradin scheert. Als Muradin de schim met zijn zwaard slaat lost deze op in een rookwolk.

Het is weer rustig bij de drakengrafheuvel. Als de lijken doorzocht worden dan vinden ze een zilveren amulet met de letter “F” er op gegraveerd. Een stukje verderop zien ze twee schoenen boven een kuil uit steken. Als ze dichterbij komen blijkt dat er een ernstig toegetakelde man in tovenaars kleding in de kuil ligt… De avonturiers besluiten dat dit waarschijnlijk Finndric is, en dat de amulet van hem gestolen zal zijn door de mannetjes. Omdat ze de brief niet kunnen bezorgen besluiten ze hem zelf te lezen:

“Beste Finndric, Er komen ons ernstige verhalen ter oren. Er zouden vreemde dingen gebeuren rond de Schaduwburcht bij Sellingen. Kun jij op onderzoek uitgaan en desnoods actie ondernemen? Mvg, Raad der Magiers”

Na het doorzoeken van de kuil, waarbij botten van een groot vliegend reptiel duidelijk zichtbaar zijn, vind Muradin een klein houten kistje dat net opgegraven lijkt te zijn. In het kistje zit een zilveren handspiegel met een bewerkte lijst en een runen inscriptie op de rand. Muradin laat het aan de rest zien en neemt het mee voor latere inspectie.

Na Finndric begraven te hebben gaan de avonturiers terug naar Sellingen, allereerst om een paar harnassen te verkopen (dit gaat niet zo makkelijk, en pas na lang onderhandelen met opzoek naar Valthan de Wijze om hem te vragen of hij hun meer informatie kan geven over de spiegel. Bij Valthan aangekomen krijgen ze te horen dat hij niet zoveel met de spiegel kan, maar als ze naar de schaduwburcht vragen betrekt zijn gezicht. “als jullie beloven de dorpelingen niet ongerust te maken dan vertel ik jullie meer.” Na de belofte vertelt Valthan dat lang geleden er zicht hier in de buurt een scheur/poort/doorgang bevond waar vreselijke wezens uit kwamen. Toen deze poort dicht gemaakt werd, lang geleden werd de schaduwburcht er overheen gebouwd door de koning. Dit ging lang goed, maar dan vertelt hij de legende van burchtheer Godfried. Flink geschrokken/onder de indruk vertrekken de avonturiers bij Valthan richting de Gulle Guit. Binnengekomen is het gezellig druk, maar Elia zit op zijn vaste plekje en bevestigd dat het amulet van Finndric was. Hij is bekend met de schaduwburcht en de legende van heer Godfried, maar doet het af als bangmakerij. Al zou hij zelf ook niet in de buurt van de schaduwburcht komen. Hij verwijst de party door naar Ninaran, die is jager en komt nog wel in het bos, misschien ook bij de schaduwburcht. Barthom loopt naar haar toe om met haar te praten, als twee elven onder elkaar. Na een nukkig begin, waarmee ze vooral afvraagt waarom de party zich eigenlijk bemoeit met alles in en om Sellingen, fluistert ze Barthom toe dat ze haar vannacht, als het donker is bij de eik buiten de stadspoort wil ontmoeten, en dat ze goed moeten opletten dat ze niet gevolgd worden.

Barthom en Veigar besluiten naar de eik te gaan, op een afstandje door Muradin de (luidruchtige) dwerg gevolgd. Bij de eik spreken Barthom en Veigar met Ninaran. Ze vertelt dat ze een samenzwering vermoed en niet meer weet wie ze in Sellingen kan vertrouwen. Bij de waterval in het bos ziet ze een af en aanlopen van schimmige, onherkenbare figuren… Ze bedankt de party dat ze eindelijk naar Sellingen zijn gekomen, en dat ze blij is dat ze eindelijk iemand kan vertrouwen. Dan loopt weg.

De party besluit om de volgende dag een kijkje bij de schaduwburcht en de waterval te nemen. De party vraagt de volgend ochtend aan Salvana of je ergens goed kan vissen. Ze vertelt dat er een oude weg richting de schaduwburcht loopt die met een brug over een riviertje gaat, bij die brug is het goed vissen. De Party vertrekt richting brug en schaduwburcht. Als ze bij de burcht aankomen dan wordt het ineens heel stil. Alle normale dierengeluiden verstommen en je kan alleen nog het ruisen van de wind in de bomen horen. Als ze de ingestort ruïne van een afstandje bekijken keert de party om en vertrekken ze richting waterval. Als ze de rivier volgen dan horen ze na en tijdje een waterval ruisen De party volgde de rivier stroomafwaarts dus ze komen boven aan de waterval uit. Voordat ze bij de waterval zelf zijn zien ze twee goblins die bovenaan de waterval op wacht lijken te staan. Gelukkig kijken ze beiden naar beneden, en verwachten ze niemand vanuit de kant waar de party vandaan komt. Na een Colorspray van Veigar en een stevige tik van Muradin is er een goblin dood en zijn er twee bewusteloos (er was dus nog een derde, ongeziene goblin). Die bewusteloze goblins worden vastgebonden en ondervraagd als ze weer bij bewustzijn gekomen zijn. Ze wonen in een grot achter de waterval en ze werken voor ene “Ijzertand” en doen eigenlijk alles wat hij zegt omdat hij het zegt. Na lang aandringen weten ze te vertellend at er soms goblins naar de schaduwburcht gaan, maar dat ze nooit er van terug komen… Ijzertijd krijgt ook nog wel eens bericht van de schaduwburcht, maar hoe wordt niet duidelijk. Veigar besluit om de ingang van de grot de rest van de middag in de gaten te houden. De goblins worden verderop vastgebonden zodat ze buiten schreeuw afstand van de waterval zijn. Na een hele middag wachten ziet Veigar een goblin naar buiten komen, kijken waar de wachters gebleven zijn en dan weer terug naar binnen gaan. Even later komt hij terug met een veel groter en gemener uitziende goblin, ze praten en gaan weer naar binnen toe. De avonturieres besuiten om de nacht, emt hun gevangenen in het bos door te brengen. Muradin heeft de hele middag geslapen en besluit om de eerste wacht te nemen. In de nacht ziet/hoort hij iets ritselen in een bosje. Na Barthom wakker gemaakt te hebben gaat die op onderzoek uit…. er zit niets meer, maar er heeft wel iets achter/in het bosje gezeten. Ze maken Veigar ook wakker. Als ze aan het overleggen zijn wat er nu moet gebeuren worden ze vanuit de struiken beschoten. Het zijn de goblins vanachter de waterval… En de grote Goblin (Ijzertand?) is er ook bij. Een heftig gevecht volgt, waarbij Veigar met het drankje van Om en Barthom met zijn boog het tij uiteindelijk in de richting van de party keren. Na het gevecht gaan de avonturiers naar de (hopelijk) lege grot achter de waterval. Ze vinden er een kistje en een briefje met de tekst:

IJzertand: Mijn spion meld dat er vreemdelingen aan eht rondsnuffelen zijn. Waarschijlijk komen ze jouw kant op, geen probleem lijkt mij. Ik heb nog een paar dagen nodig en dan is de Poort open en zal iedereen die ons tegen staat voer voor Orcus zijn. Nesego.

In het kistje zitten nog een paar drankjes die ruiken als de drankjes van Om, verder zit er nog een rode edelsteen en een aantal goudstukken in. De party keert terug naar de vastgebonden goblins en vertelt ze dat ze ver hier vandaan moeten gaan, als ze ooit terug komen dan heeft de tovenaar een vloek op ze geplaatst…. Vol van angst rennen de goblins de nacht in…

Comments

Crazy_Croco

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.