The road goes ever on and on...

Sessie 2

Goblin's end

Allereerst ontmoet de Party Torsten, die ze gauw even bijpraat en zegt dat hij iemand heeft die ze moeten ontmoeten. Torsten identificeert de wolf als een Warg, een intelligente reuzenwolf, die soms als rijdier van goblins gebruikt wordt. Vervolgens loopt de party met de dode wolf op de handkar het dorp in. Na de poortwachter, de winkelier (van wie ze een leuk presentje krijgen als beloning) en een voorbijganger bang gemaakt te hebben met de wolf komen ze bij Kees de jager, die voor een leuk prijsje de wolf wil overkopen. Vervolgens gaan ze langs de burgemeester om verslag te doen over de wolf. Hier horen ze dat een stadje verderop ( Sellingen) al langer kampt met dit soort vervelende wezens. Hierna gaat de party terug naar de blauwe beer. Hier ontmoeten ze de leerling van Thorsten, Veigar Nowesh genaamd. Deze startende magier is net klaar met zijn studie en wil de wijde wereld verkennen. De avond verstrijkt gezellig en dan komt Thorsten met de mededeling dat hij is teruggeroepen door het Collegium der magiers naar Sandovan, de hoofdstad. Maar hij vraagt of de party en Veigar en brief willen bezorgen naar een andere Magier, die onderzoek doet naar het (al dan niet) bestaan van Draken. Deze Finndric zou in het nabijgelegen Sellingen onderzoek aan het doen zijn. De Party besluit de brief te bezorgen, aangezien ze best nog wat meer van de wereld willen zien.

De volgende ochtend doen ze, na een stevig ontbijt van Erwtensoep met roggebrood, inkopen op de markt en tegen de middag vertrekken ze naar Sellingen. Ze weten dat het een paar dagen lopen is. De eerste dag verloopt voorspoedig en ze trekken door het bos buiten Drouwen. Naar mate de middag verstrijkt wordt het landschap steeds ruiger en verdwijnen de tekenen van bewoning. De nacht valt en de party bouwt een kampement. De nacht verloopt rustig en de volgende ochtend vervolgen ze hun weg naar Sellingen. De weg veranderd steeds meer en meer in een enigszins overwoekerd karrespoor en ls de avond valt bouwen ze weer kamp op in de wildernis. Buiten enige nachtelijke geluiden slaapt een ieder goed. Goed gehumeurd vertrekt de party voor het laatste stuk naar Sellingen. Na enkele uren lopen zien ze dat er in de verte een rotsblok op de weg ligt. Na enige inspectie en gefrons van Veigar blijkt het toch echt een rotsblok te zijn, gemaakt van rots, die net zo rotsig is als de rotsige omgevings rotsen die je verder nog meer ziet hier. Het blijkt echter ook een wegversperring te zijn die bemand wordt door een drietal (waarschijnlijk) Goblins. Deze Goblins worden vlot aan moes getoverd en geslagen door Veigar en de rest. Na dit kleine obstakel komen ze tegen het einde van de dag in Sellingen aan.

Eenmaal binnen de stadsmuur gaan ze naar Herberg de Gulle guit, waar de herbergierster Salvana ze, wanneer ze naar Finndric vragen, naar Elia verwijst. Elia is een oude levensgenieter die alle roddels uit de omgeving kent. Die zegt dat Finndric naar de oude vuilnisbelt is. Ze zeggen dat het een drakengraf is, maar dat is onzin zegt Elia. Maar Finndric was eigenwijs en wilde toch gaan kijken. Wie ook het een en ander over de omgeving weet is Valthun de wijze, die in de oude toren woont. De party brengt de nacht door in de common room van de Gulle Guit en gaat de volgende ochtend langs Valthun voor meer informatie over de drakengrafheuvel/vuilstort. Nadat ze Valthun wakker geklopt hebben tekent hij een kaartje voor ze waar ze ongeveer de vuilstort kunnen vinden. De party vertrekt uit Sellingen in zuidelijke richting opzoek naar de Drakengrafheuvel, danwel vuilstort en vooral op zoek naar Finndric.

Eenmaal buiten het zicht van de stadsmuren van Sellingen begint de bosrand. De party is nog nauwelijks onder het dicht bladerdak of Muradin bespeurt een Goblin. Hij stormt er op af om hem een pak rammel te geven. Bij de Goblin aangekomen blijkt die niet alleen te zijn. Een zevental van de verrekte beesten staat de party op te wachten. Na een heftig gevecht overwint de party, maar ze konden niet voorkomen dat twee goblins wegvluchten. Muradin meent de naam IJzertand opgevangen te hebben terwijl een van de twee weg rent. Zwaar gehavend besluit het gezelschap om toch maar terug naar Sellingen te gaan om daar verzorging te vragen in het gebedshuis gewijd aan de heilige Om. Daar verzorgt en de priesteres Arissa hun wonden en worden ze genezen door de kracht van de machtige god Om, zijn name zij geprezen!

Comments

Crazy_Croco

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.